Klassiekerrit 2018

Verslag van de klassiekerrit

Zaterdag 28 april was het weer zover; om 8.30 uur stond Kees bij de winkel. Eerst maar even een bakkie koffie met een paar oranjebollen genuttigd. Deze waren nog over van Koningsdag en bewaren tot volgend jaar is ook zo wat. Rond negenen naar TT motoren om de aanhanger op te halen. Op naar het Anker vanwaar de start zou plaatsvinden; voor half tien stonden wij paraat. Er was nog niemand te zien. Op mijn vraag hoe laat het vertrek zou zijn kreeg ik als antwoord: och ze goat wel un kehr. Bleek nog ruim een uur later te zijn. Als iemand ooit nog van Kees durft te zeggen dat hij altijd een Zwolsch kwartiertje later komt zal ik hem of haar aan deze memorabele dag herinneren. Dan maar weer aan de koffie. Komt Cees B vertellen dat er al een oldtimer gestrand is onder aan de rotonde. Wij als kloeke redders erop af. Ja we zagen hem staan, moesten de rotonde rond rijden om bij onze patiënt te komen. We waren half rond toen onze patiënt er van door ging, ons achterlatend in een blauw rookwolkje. Bleek achteraf dat hij op zijn maat stond te wachten maar het wachten zat was en verder ging.

Ondertussen stond het op de parkeerplaats al aardig vol met oude en recentere motoren. Uiteindelijk was het zover en ging de meute van start, zoals gewoonlijk was het weer een mooie landelijke rit.

Even een tussenlanding in De Vecht waar de buikjes weer rond gegeten konden worden en de keeltjes gesmeerd.

Gezellig met mensen bijgepraat en bij Wiebe M. en zijn roedel aan tafel gegaan, is altijd goed voor de lachspieren. Toch even een bedrukt moment waarbij het gemis van Reyer aan de orde kwam. Misschien houdt hij van bovenaf zijn motormaatjes wel in de gaten en lacht op de achtergrond zoals hij altijd deed. Na een uitsmijter met spek en een bak koffie konden we de strijd wel weer aan.

We dekten de achterhoede, wat als nadeel had dat wij net niet mee konden met het pontje naar Olst. Toen wij overgestoken waren was er geen motor meer te zien natuurlijk. De route vervolgend en genietend van het mooie landschap werd Kees door een Engelse collega gebeld. Kees houdt niet van korte gesprekken dus er werd gezellig gekletst.

Na beëindiging van het gesprek zei ik tegen Kees, nou zou ik een stukje schrijven maar we hebben nog niks meegemaakt waar ik over kan schrijven. Ik was nog niet uitgesproken of de telefoon ging en na het opnemen hoorde ik Jan F stem over de speaker: Woar blief ie noe, wule staot hier a un hele tiet bie ut museum. Wat bleek er zat op de Garmin een heel klein streepje van de route af en laten wij nu niet door gehad hebben dat we van de route af moesten om naar het museum te gaan. Nog sterker ik wist niet eens dat we naar een museum gingen. Kees en ik keken elkaar aan, zo van oh oh, maar gelukkig blijven we nooit lang kwaad op ons zelf.

Met een sierlijke zwaai draaide Kees de combinatie en gingen we weer terug naar Okkenbroek. Bij het museum aangekomen was Hein de boel net aan het binnen zetten maar nam nog de tijd om ons rond te leiden. Op een gegeven moment kwam Mariet zeggen dat het tijd was, ze moesten nog naar een condoleantie. Hein zei ons dat we altijd nog eens langs mochten komen. Meest bint wie zundaags thuus, komp mar an.

Toen maar rap de rit weer opgepakt en bij Zwolle gelijk door naar TT motoren om de aanhanger nog voor sluitingstijd terug te brengen.

Eilert bedankt dat we altijd voor deze rit gratis je aanhanger mogen gebruiken. Even een belletje gedaan naar de basis of iedereen bij het Anker was aangekomen, dit was zo. Niet dat we volgend jaar met de klassiekerrit een motor met skelet langs de weg vinden. Daor krieg ie praot van. Gauw maar doorgereden naar de winkel om vrouwlief te helpen de bloemetjes binnen te zetten. Al met al een leuke vrijwel pech- vrije dag.

Huub.



Vorige pagina: Voorjaarstopertocht 2018
Volgende pagina: Verslagen 2017